Artikel 50 van Verordening (EU) 2024/1689 stelt transparantieplichten vast voor bepaalde AI-systemen, ongeacht de hoog-risicoclassificatie. Het is van toepassing vanaf 2 augustus 2026. Aanbieders dragen de technische markeringsplicht (Art 50(2)); gebruiksverantwoordelijken dragen de plicht tot openbaarmaking aan gebruikers en betrokken personen (Art 50(1), (3), (4)).
De vier subparagrafen
- Art 50(1) — kennisgevingsplicht bij interactie. Aanbieders moeten ervoor zorgen dat AI-systemen die zijn bedoeld om rechtstreeks met natuurlijke personen te communiceren, zodanig zijn ontworpen dat die personen worden geïnformeerd dat zij communiceren met een AI-systeem, tenzij dit duidelijk blijkt uit de omstandigheden en de gebruikscontext. Niet van toepassing op AI-systemen die wettelijk zijn gemachtigd voor strafrechtelijke doeleinden, mits voorzien van waarborgen.
- Art 50(2) — machineleesbare markering van AI-uitvoer. Aanbieders van generatieve AI-systemen moeten ervoor zorgen dat uitvoer wordt gemarkeerd in een machineleesbaar formaat en detecteerbaar is als kunstmatig gegenereerd of gemanipuleerd. Oplossingen moeten voor zover technisch haalbaar doeltreffend, interoperabel, robuust en betrouwbaar zijn.
- Art 50(3) — kennisgeving bij emotieherkenning / biometrische categorisering. Gebruiksverantwoordelijken moeten natuurlijke personen die worden blootgesteld aan het systeem informeren over de werking ervan, en persoonsgegevens verwerken overeenkomstig de AVG en de Richtlijn rechtshandhaving. Vrijstellingen gelden slechts in beperkte mate voor wettelijk gemachtigde opsporingsdoeleinden bij strafbare feiten.
- Art 50(4) — openbaarmaking van deepfakes en tekst van algemeen belang. Gebruiksverantwoordelijken van AI die deepfakes genereert, moeten bekendmaken dat de inhoud kunstmatig is gegenereerd of gemanipuleerd. Voor tekst die is gepubliceerd met het doel het publiek te informeren over zaken van algemeen belang, moeten gebruiksverantwoordelijken bekendmaken dat de tekst kunstmatig is gegenereerd of gemanipuleerd, met beperkte uitzonderingen (bijv. menselijke redactionele beoordeling en verantwoordelijkheid).
Toepassingsdatum en overgangsversoepeling
Artikel 50 is van toepassing vanaf 2 augustus 2026. De voorlopige overeenstemming inzake de AI Omnibus van mei 2026 voorziet in een overgangsperiode tot 2 december 2026 voor generatieve AI-systemen die al voor 2 augustus 2026 op de markt waren, om te voldoen aan de machineleesbare markeringsverplichting op grond van Artikel 50(2). Totdat die tekst formeel is aangenomen en gepubliceerd in het Publicatieblad, blijft 2 augustus 2026 de bindende datum in de Verordening voor alle subparagrafen.
Op 8 mei 2026 publiceerde de Europese Commissie ontwerprichtlijnen voor de uitvoering van de transparantieverplichtingen van Artikel 50, ter verduidelijking van de overlapping met de Digitale Dienstenverordening en met voorbeelden voor chatbots, AI-samenvattingen en synthetische media.
Verdeling tussen aanbieder en gebruiksverantwoordelijke
- Aanbieder — Ontwerpplicht op grond van Art 50(1) en technische markering op grond van Art 50(2). Het machineleesbare signaal (C2PA Content Credentials, SynthID, cryptografische hash, ingebedde metadata) wordt door het model geproduceerd.
- Gebruiksverantwoordelijke — Gebruikergerichte openbaarmaking op grond van Art 50(3) en 50(4). Of de chatbotbanner wordt getoond, of het deepfake-watermerk via uw CMS behouden blijft, of kandidaten en werknemers worden geïnformeerd dat een AI-assistent hun communicatie heeft opgesteld.
Bewijscontrolelijst voor gebruiksverantwoordelijken
- Inventaris van elk generatief AI-hulpmiddel waarvan de uitvoer een externe partij bereikt.
- Leveranciersattest dat markering op grond van Art 50(2) wordt toegepast en dat de markering gebruikelijke transformaties overleeft (kopiëren/plakken, PDF-export, screenshot).
- Standaardopenbaarmakingstekst voor chatbots en AI-assistenten — in de taal van de gebruiker.
- SOP voor door AI gegenereerde tekst over onderwerpen van algemeen belang: menselijke redactionele beoordeling of zichtbare openbaarmaking.
- Deepfake-openbaarmakingsprotocol voor trainingsvideo's en synthetische avatars.
- Openbaarmakingsstroom voor emotieherkenning waar dergelijke systemen worden gebruikt in een niet-medische context.
- AI-geletterdheidstraining op grond van Art 4 met betrekking tot verplichtingen op grond van Art 50.
- Intern escalatiepad voor klachten over niet-openbaar gemaakt AI-gebruik.
Veelvoorkomende misvattingen
- "Artikel 50 is alleen van toepassing op hoog-risico AI." Onjuist — Artikel 50 is een afzonderlijk transparantieregime dat van toepassing is ongeacht de risicoklasse.
- "De leverancier regelt het." De leverancier regelt de technische markering op grond van Art 50(2). De gebruiksverantwoordelijke blijft verantwoordelijk voor de openbaarmakingen op grond van Art 50(1), (3), (4) en voor het documenteren dat de markering aan de leverancierszijde actief is.
- "De Digital Omnibus heeft Artikel 50 uitgesteld." Nee. De voorlopige overeenstemming heeft betrekking op de timing van hoog-risico Bijlage III en een overgangsversoepeling voor bestaande generatieve systemen op grond van Art 50(2); de hoofddatum van 2 augustus 2026 voor de toepassing van Artikel 50 wordt er niet door verschoven.
Gerelateerde EU-gidsen
- EU AI-verordening voor rekrutering AI
- Gebruiksverantwoordelijke versus aanbieder
- Vereisten voor AI-inventarisatie
- Boetes onder de EU AI-verordening
Bronnen
- Verordening (EU) 2024/1689, Artikelen 50, 113 — EUR-Lex: https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj
- Europese Commissie, Gedragscode inzake transparantie van door AI gegenereerde inhoud (ontwerprichtlijnen): https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/code-practice-ai-generated-content
Opmerking: Het AI Omnibus-voorstel is een bewegend doel. Behandel 2 augustus 2026 als de bindende datum totdat een gepubliceerde wijziging anders aangeeft. PowerQuant levert software en documentatie voor gebruik in uw interne complianceproces — geen juridisch advies.